Homepage
www.lionelhampton.nl
Interviews.
Ron Aprea and Lionel Hampton
Disneyland CA Concert, 1974.
| 2007, March: Ron Aprea,
Altosaxplayer for the Lionel Hampton Band. in the Seventies. Website
Here's an interview that I just did for an Italian jazz magazine. Ron Through your career you work as a composer, arranger, producer, saxophonist, clarinetist and flautist with many greats such as Woody Herman, Tito Puente, Frank Foster, Nat Adderley, Lionel Hampton, and Louis Armstrong, to name a few: please tell me something about these important experiences in your life.....
Frank Foster: Probably the most important person in my musical career.
I was 18 when I
Lionel Hampton: I
flew out to Lansing Michigan and joined Lionel Hampton’s band in
On October 24, 1970 we played a concert at the Brookhaven Labs on Long
Island NY. I
In 1997 I produced an album called Angela De Niro Swingin' With Legends.
The album
In Hamp's final years Angela, my son Matthew, and I would visit him frequently
at his
Nat Adderley: I grew up listening to Cannonball and Nat Adderley. After
Cannonball died I
Tito Puente: The best Latin band ever. I was the first call sub for lead
altoist Don Palmer,
Woody Herman: One day, way back in the early sixties, I bought this beautiful
gold-plated
In 1966 I got a call from Abe Turchin to play with Woody’s band. He said
Frank Foster had
Eddie and I were temporary subs and I only stayed with the band for about
three months
Today my gold plated cigar-cutter sits in a glass case at the Smithsonian
Institute in
Season by season the jazz music scene
changes mood, elements and rhythms to find the
Better question...How does one not change? I don't think artists try or
plan changes. I
I don't have the right title but i know
that you have just realised a solo album on your
Positive Energy was my first crack at producing, and the album was actually
released way
Tell me please the names of the musicians
and the music spirit of?the magical brilliance
This
may sound strange, but I had never heard the Joe Sample recording of Snowflake
prior to recording
|
LIONEL HAMPTON:
BLIJVEN BEWEGEN
--
Blijven bewegen.
The Lionel Hampton
Story. www.lionelhampton.nl
The Billy Mackel Story.
www.lionelhampton.nl/billymackelstory.html-
Dutch
Radio NCRV: 12 min. interview with Hans Bebop.
"Morgen",
DJ, DJ/Hans Bebop, "Hey! Ba-Ba-Rebop" Play
Backtalk
with Lionel Hampton. Interview by Jonathan Tabak 1998.-Click
-
| Eind vorig jaar ontving
Hampton, uit handen van president Clinton, zijn Lifetime Achievement Award.
Niet niks,
met voorgangers als Paul Newman en Ginger Rogers. Bovendien ruimschoots verdiend, met een carrière die op dat moment al 65 jaar telt. En Hampton gaat door. Tientallen platen, een hartaanval of wat, een beroerte, bus- en vliegreizen in immer strakke tourschema’s; hij draait er zijn hand nauwelijks voor om. Lionel Hampton is 85 en staat nog altijd grijnzend twee keer vijf kwartier op het podium. Exclusief de toegiften, die bij een enthousiast publiek makkelijk een uurtje extra werk opleveren. Voor de band dan, want Hampton voelt dat niet zo. Over zijn lust en zijn leven, zijn verleden, en, als het hem ligt, zijn toekomst. Door Hugo Pinksterboer Tussen de soundcheck en het concert in de Rijnhal, eerder dit jaar, heeft Hampton ook nog wel tijd voor een interview. Hoe het met hem gaat? ‘Prima, hoor, heel fijn, dankjewel.’ Hoe hij overleeft? ‘Gewoon blijven bewegen.’ Als hij later achter zijn vibrafoon staat, na een voorzichtig schuifelende tocht over het podium, heeft hij meer te zeggen, klinkt zijn stem helderder, en is zijn grijns nog breder. Neem die man zijn stokken af, dan is hij niet meer. Als hij niet staat te spelen, te zingen of te dirigeren, zit hij achter zijn vibrafoon op een stoel en slaat het hele arrangement met een stok in de lucht mee. En natuurlijk is het Hampton die de volgende solist van zijn voltallige big-band aanwijst, die bepaalt hoeveel chorussen er gespeeld worden, die verteld wanneer het afgelopen is. ‘Ik wilde mijn eigen band hebben omdat ik alleen wilde spelen wat ik goed vond. Mijn eigen spoor uitzetten. Dat doen waarvan ik denk dat het mijn publiek bevalt. Die vrijheid heb ik alleen in mijn eigen band. Als bandlid heb je tenslotte maar te doen wat die ander denkt. Snap je? Hier ben ik de baas. O yeah.’ Lionel Hampton wordt rond 1908 geboren in Louisville, Kentucky. Als de familie naar Chicago verhuist komt hij terecht op een de Academie van het Heilige Rozarium, waar hij zijn eerste drumlessen krijgt van een Dominicaanse non. Geen gemakkelijke tante, die Sister Peters, maar wel een super drum teacher, die hem de rudiments en het notenschrift bijbrengt. ‘En als je iets verkeerd deed mepte ze je onvervaard op je knokkels, bij voorkeur met zo’n dikke marching-stok.’ Die basis is Hampton altijd bijgebleven.‘Ik was iedereen altijd een stap voor, omdat de rudiments onder haar leiding een tweede natuur voor me waren geworden.’ Rond zijn dertiende ontdekt Hampton de Chicago Defender Newspaper Boys Band. De uitgever van deze zwarte krant zorgde voor de instrumenten, terwijl een operazangeres het repetitiegebouw gefourneerd had. Daar is Hampton dagelijks te vinden. Vanaf half vier ‘s middags, direct na school, voor lessen en repetities en om vreselijk hard te oefenen. ‘Ik was behoorlijk ambitieus. Met effect: toen ik net begon mocht ik de bassdrum dragen, maar na een paar weken speelde ik snaredrum.’ Van de dirigent krijgt Hampton harmonielessen, waarna hij zich onvervaard aan de pauken en de xylofoon wijdt. Met een klassieke benadering, maar tegelijkertijd ook met een meer dan open oor voor zijn idool, Louis Armstrong. Noot voor noot schrijft Hampton Armstrong’s soli uit en vertaalt hij ze naar zijn xylofoon. (Klopt niet want Hampton kon geen noot lezen). Hans Bebop. Ook het werk van Coleman Hawkins en Benny Carter ondergaan die behandeling. Na drie jaar Newspaper Boys Band gaat Hampton professionele carrière langzaam van start. Hij tourt met verschillende bands (‘Wat er ook gebeurde, met wie ik ook moest spelen, zolang ik maar kon drummen’) en komt in contact met tal van muzikanten, onder wie de saxofonist Les Hite. Diezelfde Hite komt hij weer tegen als hij in 1927 naar Californië verhuist. Na zijn eerste plaatopnames (1929) krijgt Hampton, nog steeds als drummer, een vaste job in Hite’s twaalfmans-orkest. De band, met onder meer een hele stapel Ellington-arrangementen op het repertoire, heeft een vast contract in Frank Sebastian’s Cotton Club in Culver City. Na afloop van het engagement worden Hite en consorten teruggevraagd om negen maanden lang Louis Armstrong te begeleiden. Hampton waant zich in de hemel en Armstrong is blij verrast als hij zijn eigen solo’s op een klokkenspel vertolkt hoort worden. Als Armstrong later in een studio een vibrafoon ontwaart, stuurt hij Hampton er direct op af: ‘Kan je daar opspelen?’ En dat kon hij. werkt aan contrapunt en bekwaamt zich op de piano. Als hij in de band van Hite te weinig kans krijgt om zich op zijn vibrafoon te laten horen, (’just play the drums, man!’) besluit hij voor zichzelf te beginnen. Met zijn capaciteiten als musicus èn als showman - drumsoli op wanden, tafels en vloeren bestaan echt al zo lang valt het hem niet moeilijk om aan werk en dus aan goede muzikanten te komen. ‘Mijn showmanship maakte het makkelijker om met het publiek te communiceren. Als je je publiek weet te plezieren, wordt je teruggevraagd. Van die wetenschap heeft Hampton altijd gretig gebruik gemaakt. De leeftijd om woeste regendansen op floortoms uit te voeren heeft hij achter zich, maar de blazers van zijn huidige band dienen menige riff te larderen met pasjes en zwaaiende hoedjes. Of ze dat allemaal met evenveel enthousiasme doen kan je je, met een blik op hun gezichten, afvragen. Maar het publiek gaat ervoor. Nog steeds. Niet alleen door Hamton’s show, maar ook door zijn repertoire-keuze: ‘Ik speel altijd wat het publiek wil horen. Daar heb ik een soort studie van gemaakt, en meestal gok ik goed.’ Nummers als Flying Home en Hamp’s Boogie Woogie zijn dagelijkse kost, hoewel Hampton net zo makkelijk nummers van Coltrane, Parker of Corea inzet. ‘Ik ben altijd heel open geweest voor invloeden van anderen. Toen Gigi Gryce in mijn band kwam speelden we zijn stukken, met zijn interpretatie. Met Dizzy Gillespie klonk de band weer heel anders. Badeedobedoodi, beepoodah, BE BOP! Als ik zo’n arrangement zag zitten, dan ging het in het boek.’ Gryce en Gillespie zijn slechts twee namen uit de onafzienbare rij grootheden die Hampton in zijn band had. U speelde ook met Charles Mingus? Oei. Stomme vraag. ‘Ik speelde niet met Mingus, Mingus speelde met mij! Ik haalde Mingus naar New York, om daar te komen spelen. Net als Quincy Jones, de latere producer, en Art Farmer. Enneh, hoe heten ze allemaal... Clifford Brown, Dexter Gordon. Allemaal mensen die hun carrière in mijn bands begonnen. Al die invloeden heb ik me eigen gemaakt. 'Wordt u nog steeds geïnspireerd door anderen, door jonge of oudere muzikanten? ‘Nee, ik inspireer hun nu...’ grinnikt Hampton. Lachend, zelfs: ‘Ze luisteren naar me, en wat ze goed vinden nemen ze mee, om het zelf te proberen.’ Als Hampton met voorbeelden komt, grijpt hij vooral in oudere dozen: ‘Ik heb veel dingen op mijn naam staan. Zo was ik de eerste drummer die meerdere toms op de bassdrum zette. Ik introduceerde het orgel en de basgitaar in de big-band. En de backbeat, natuurlijk. De backbeat, die je nu op elke rockplaat hoort, die gebruikte ik al rond 1940, in mijn eigen band. Omdat de mensen op de dansvloer een stevige basis nodig hebben. Dan weten ze waar ze zijn. Dus droeg ik mijn drummers op om een backbeat te spelen. En dat door te laten gaan. Wat er ook gespeeld wordt, die backbeat moet er staan. Luister maar naar Wally, mijn huidige drummer. Ik heb hem getraind, en hij is goed. Ik hou van een stevige beat, en die geeft hij me. Ook aan Hampton’s drumstokken, die hij tijdens het interview geen moment loslaat, is zijn heavy voorkeur te zien. Model boomstam. ‘Ik heb mijn rudiments met zulke stokken leren spelen. Dat ging goed, dus ben ik ze blijven gebruiken.’ BLIJVEN SPELEN onderbreken, wordt zijn groep de vaste attractie in de Paradise, een club in Los Angeles. Daar stappen op een avond Benny Goodman, pianist Teddy Wilson en drummer Gene Krupa binnen. Goodman, de legendarische klarinettist, is zo enthousiast over Hampton’s vibrafoonspel, dat hij de volgende dag met hem de studio instapt en hem meteen vraagt vast in zijn groep te komen spelen. Met het Goodman-Wilson-Krupa-Hampton kwartet bereikt de vibrafonist wereldfaam. Ook in een ander opzicht is het kwartet belangrijk: Het was’, vertelt Hampton, ‘de eerste keer dat zwart en blank samen op een podium stonden. Ik ben nog steeds trots dat ik bij het begin van die ontwikkeling betrokken ben geweest.’ Het kwartet blijft vier jaar bestaan. In die tijd nemen ze talloze platen op en doen ze tour na tour. Tussendoor ziet Hampton nogkans om ook op eigen titel platen te maken. De Penguin Guide to Jazz meldt daarover: ‘Lionel Hampton’s sessies uit de jaren dertig bieden een blik op de beste big-band muzikanten, buiten hun vaste bands: Hampton had de gewoonte om de toppers van passerende big-bands uit te nodigen en ze de studio in te halen. Hoewel de meeste tracks hoorbaar rommelig georganiseerd zijn, is de muziek steevast onderhoudend. Als je niet van Hampton houdt, zijn de opnames duidelijk van minder waarde, omdat niemand zich ook maar een moment hoeft af te vragen wie de sessies leidde. Hampton domineert alles en iedereen.’ En: ‘Het is Hampton’s enthousiasme dat het geheel bij elkaar houdt. Of hij nu vibrafoon speelt, piano of drums, of op Armstrong geïnspireerde vocalen neerzet, Hampton laat de hele tent swingen en lachen.’ Als het Goodman-kwartet in 1940 ontbonden wordt, organiseert Hampton weer een eigen big-band. Naast eerder genoemde namen werkt hij in de jaren die volgen met Johnny Griffin, Al Grey. Pepper Adams, Arnett Cobb, Joe Williams en Dinah Washington, en tientallen andere muzikanten. De band speelt bop, latin, rhythm&blues en swing. Dezelfde mengeling van stijlen is ook in Hampton’s huidige band, 53 jaar later, nog te horen. In die tijd verwisselde de meerderheid van de artiesten die in interviews met Hampton genoemd worden, de aardse podia voor de grote sessie hierboven. Hampton zelf gaat door. ‘Gewoon blijven spelen, da’s alles, jongeman.’ Als hij zich, met twintig centimeter per schuifel, naar zijn instrument verplaatst, verwacht je niet dat het die avond ooit nog goed komt. Een paar noten zijn echter genoeg om die overbekende grijns op Hampton’s gezicht te toveren. En niemand is beter in staat om een repertoire dat al zolang bestaat elke keer weer met zoveel enthousiasme te vertolken. Alsof hij tien jaar lang niet heeft mogen spelen, en dan, eindelijk... ‘Ik speel elk nummer alsof ik het voor het eerst speel. Elke keer opnieuw. Ik repeteer mezelf niet, ik repeteer niet met mezelf. Dat houdt het leuk, snap je?’ SELECTE DISCOGRAFIE aanzienlijk, en een groot deel is inmiddels van de markt verdwenen en alleen door ware liefhebbers nog op te snuffelen. Tegelijkertijd is er een ruime keuze uit cd-releases van oudere en nieuwe opnames. Zowel in het Modern Drummer interview met Hampton (december 1988) als in de Penguin Guide to Jazz wordt de cd Just Jazz (MCA 42329) genoemd. Hampton speelt op die cd alleen het aloude, maar immer mooie Stardust, dat van meerdere zijden gezien wordt als hetbeste wat hij ooit op plaat zette: ‘De dubbel-tempo loopjes, de riff-variaties en de humoristische swing waar Hampton zijn leven aan gewijd heeft, zijn hier uitgekristalliseerd tot een enkele, meesterlijke solo,’ aldus de Penguin Guide.Hoog aangeschreven staan ook The Complete Paris Session 1953 (Vogue 655609) en The Chicago Jazz Concert (1954, Sony 21107), beide uit de jaren waarin Hampton de toppen van zijn muzikale loopbaan beleefde. De groep die te horen is op Made in Japan (1982, Timeless SJP 175) geldt als een van beste Hampton big-bands uit later jaren, met modernere uitstapjes als Interpretation Opus 5 en Minor Thesis.
WALLY ‘GATOR’ WATSON Website missen, en het dier sterft.’ Aan het woord is Wally ‘Gator’ Watson, sinds drie jaar het hart van Hampton’s olifant. In de tien (!) minuten pauze tussen de twee lange sets, geeft hij hijgend een onomwonden en veelzeggend beeld van Hampton als werkgever en als muzikant. Eh, mister Hampton, moet ik zeggen. De grap is dat ik eigenlijk helemaal geen jazzdrummer ben. Rhythm & Blues en rock, dat is mijn achtergrond. Ik heb een eigenbluesband, Big Foot and Little Lucille, waarin ik ook zing. Wilson Pickett, Whitney Houston, Ashwood and Simpson, dat is het soort werk wat ik veel gedaan heb. Dus toen mister Hampton me belde was ik vooral heel verbaasd. Maar het gaat prima, en ik blijf zolang hij me aanhoudt. Tot nu toe is het een heel gelukkig huwelijk geweest....’ Hampton en Watson hebben een bijzondere relatie: ‘Vorig jaar deden we weer zo’n echte Hampton ‘hit and run’ tournee: Hit the gig and Run back on the bus. Hampton hield zich, 84 jaar oud, beter onder dat strakke schema dan de meeste andere bandleden. Tot op het moment dat ik hem in Parijs, tijdens een optreden, onderuit zie gaan. Een beroerte. Ik heb me toen aangemeld als zijn muziektherapeut. Met een elektronische set -dat was rustiger voor de andere patiënten- heb ik hem stukje bij beetje weer leren drummen. Hij weet zo vreselijk goed wat hij wil, en hoe hij dat moet bereiken: na een kleine zes weken stond hij weer op het podium...’ ‘De stijl van spelen waar mister Hampton om vraagt noem ik disco-jazz. Weet je nog, disco, met die ene, simpele beat? Volgens Hampton is dat de traditionele big-band sound. Op veel oude big-band platen wordt die beat door de gitaar aangegeven; Hampton laat het van de drums komen. Ik realiseerde me pas wat het effect was toen ik daar met Hampton aan gewerkt had. Toen heb ik een avond lang alleen maar boom tic, boom tic gespeeld, zonder fills, zonder breaks. Dat stuwde de band -en het publiek- tot hoogte waar ik nog nooit geweest was.’ RENNEN! met Hampton ook nooit waar je aan toe bent. Soms brengt hij zijn solo een keer tot een hoogtepunt, soms ook drie keer. Of vier. Steve Armour, de MD (musical director), moet als eerste gokken of een solo nu echt afgelopen is, of dat er nog een chorus komt. Dan is het aan mij om te ontdekken of zijn gok klopt. Want ik ben degene die de volgende stap moet inzetten; de drummer zit aan het roer, en doet wat de stuurman hem vertelt. Dat is niet makkelijk, met de manier waarop Hampton zijn cues geeft: een vinger omhoog betekent nog een keer’, een zwaaiende mallet betekent dat we doorgaan. Meestal, in elk geval – dus we zitten er nogal eens vorstelijk naast…. Ook Hampton’s leeftijd speelt een rol. ‘Zijn muzikale capaciteiten zijn natuurlijk minder geworden, hoewel hij nog steeds dingen neerzet waar iedereen steil van achterover slaat. Hij zit nog vol met ideeën, hoewel het soms wat langer duurt voor de signalen die zijn hersens uitzenden daadwerkelijk zijn handen bereikt hebben. Maar mag het? Hij heeft, in de tijd dat ik hem meemaak, al twee beroertes, een hartaanval en een bypass-operatie achter de rug. En hij gaat maar door. Twee jaar geleden, in Den Haag, heeft hij een kleine vier uur op het podium gestaan. Het publiek was wild enthousiast, en we speelde toegift na toegift, totdat uiteindelijk alleen Hampton nog op het podium stond. (North Sea Jazz Festival 1991. De toegiften, When the Saints, In the Mood, Body and Soul, What a Wonderful World, Hamp's Boogie. Toen was het genoeg, vond de organisatie. Met het zaallicht aan en het podiumlicht uit tilde Hamp mijn vriendin op het podium, mijn zuster volgde, de stroom voor de vibes werd ook nog uitgeschakeld en Lionel zong bijgestaan door de dames met het publiek nog een kwartiertje HEY! BA-BA-REBOB). Hans Bebop. En de rest van de band? Die was hem na toegift nummer zoveel collectief gesmeerd. ‘t Is afgelopen, denk jij ook niet? Rennen!!’’ Wally Gator schatert. ‘Voor zover ik weet heeft Hampton’s Flying Home al aan twee drummers het leven gekost. Hartaanval, op het podium. Afgelopen.’ Krijg je gevarengeld? ‘Ach, kijk, volgens mij staat je recorder nog aan... Ik heb de rust van een bovengemiddeld uithoudingsvermogen, als rock & rolldrummer.’ Wally Gator Watson doet Hampton’s shows op een vijfdelige Sonor set. Dean Markley maakt zijn stokken, en Sabian... ‘Laten we maar zeggen dat ze bij Sabian goede vrienden van me zijn.’
|
Backtalk with
Lionel Hampton. Interview by Jonathan Tabak 1998
| In this, the heyday for
"retro-swing" performers like Cherry Poppiní Daddies and The Brian
Setzer Orchestra, itís rare to meet someone who has clear recollections
from the original swing era of the thirties and forties, that tumultuous
period when
jazz became Americaís major popular dance music. Itís rarer still to speak with a musician who played a pivotal role in the development of jazz at that time, and who has continued to perform, compose and impact American music, even to this day. Lionel Hampton, who will
perform in New Orleans on March 12 with the Louisiana Philharmonic Orchestra
at the
In fact, Hampton didnít
begin playing the vibes until 1930, when Louis Armstrong had him try out
the new
In the early forties, Hampton
left Goodman to form his own big band after the release of several wildly
successful
The long list of stellar
musicians who got their start with Lionel Hampton over the years includes
Quincy Jones,
Today, the 90-year old Hampton
is a living legend. One of the few surviving internationally renowned jazz
stars of
Hampton was awarded the Presidential
Medal of Arts by President Clinton on January 7, 1997, two days after
On March 12th, at the Orpheum
Theater, Hampton will perform one of his symphonic works, The King David
From his current apartment
in Manhattan, Hamp began our interview in an extraordinarily warm and cheerful
Well, I was exposed to it
from the church. I used to go to church with my grandmother, practically
every day of
What was it like to meet
Louis Armstrong and then to work with him?
Was it really Armstrong who got you to start playing vibes? Yeah. I was in a teenage
band that did an audition for a famous nightclub in California called Frank
Sebastianís
I like them because itís
mellow and, Iím a regular drummer, but I found something I could
play some music on,
Do you remember the first time you played with Benny Goodman? Yes I do. The first time
I played with Benny Goodman was after Louie Armstrong had left. I had played
with
Indeed, that quartet, with
you, Goodman, Teddy Wilson and Gene Krupa, is now seen as one of the
Socially, because it was the first time black and white had played together. How did it feel to be in such a controversial position? Well, at first I didnít
put too much importance on it, because I just wanted to play music, and
Benny Goodman
So you really didnít
feel that much heat or pressure being in that position?
What qualities do you think made Benny Goodman so special? He was just born that way.
He didnít have a prejudiced bone in his body. If you could play
music, and you played
Does it surprise or bother you that still to this day there are very few racially integrated jazz bands? There ainít none really. [half-chuckles] Well, we did our job, and we did it good, too. What prompted you to expand beyond jazz and make symphonic works like The King David Suite? Well, you know, Iím
a student of the bible, see, and I got the inspiration when I went to Israel,
and it just came to
Over the years, have you
developed any special ties to New Orleans?
In the last few years thereís
been a remarkable resurgence in the popularity of swing music with a
Yeah, well, it just goes
to show you that the black music that came from our forefathers has rose
up again and
A long list of incredible
musicians have started their careers in your band. What qualities do you
look
To be original, and can read
his part, and come up with good ideas. Like Illinois Jacquet, he was a
New Orleans
Heís incredible isnít he? Oh, yeah, and they got a
whole lot of great trumpet players down there now. You know, [Nicholas]
Payton,
Indeed, and youíve also discovered some great singers over the years. Yes, Joe Williams, Dinah Washingtonó How did you discover her? Well, Iíll tell you,
she was working in the Regal Theater in Chicago, where musicians used to
go, and someone
Did you work with Aretha Franklin also? Yeah, I got Aretha out of
her fatherís church in Detroit.
Well, I saw how you could
get important movements going if you could connect with politics, and if
you could
What political issues do you feel most strongly about? Breaking down prejudice. That ís the most important one for black people. These days, what makes you really want to get up in the morning? ëCause I feel bright for today. In my mind, I feel bright for today. 1998
|